Grondwet en privacy

Iedereen heeft recht op privacy. Dat is vastgelegd in onze Grondwet. Artikel 10 van die Grondwet stelt regels met betrekking tot de bescherming van Persoonsgegevens. Die regels zijn sinds 1989 opgenomen in aanvullende wetgeving:

Vanaf 25 mei 2018 is dus iedere organisatie die persoonsgegevens verwerkt, dus (sport)verenigingen, scholen, werkgevers, huisartsen, ziekenhuizen, leveranciers maar ook de overheid wettelijk verplicht om uitsluitend die gegevens vast te leggen, die voor een bepaald doel noodzakelijk (of wettelijk verplicht) zijn en die gegevens tegen gebruik of misbruik door onbevoegden te beschermen.

Niet alleen moeten organisaties dat aantonen maar de wet eist bovendien (in artikel 13) dat voordat persoonsgegevens van iemand worden verwerkt, de betrokkene op de hoogte is van de wijze waarop die gegevens worden beschermd en hij/zij dus goed geïnformeerd een keuze kan maken. Als dat niet het geval is, is verwerking van iemands persoonsgegevens niet toegestaan. Dit is vergelijkbaar met de gezondheidszorg waarbij men spreekt van informed consent. Privacyverklaringen richten zich tekstueel doorgaans op personen (betrokkenen) en meestal niet op het individu (de betrokkene). Het ontbreekt organisaties aan prikkels om vast te stellen of een betrokkene de privacyverklaring goed heeft begrepen en ook weet wat zijn rechten zijn. Als dat inzicht ontbreekt, kun je je afvragen of de verwerking van persoonsgegevens wel rechtmatig gebeurt.

Naast juridische plichten gaat de AVG ook uit van een moreel ethische plicht. De plicht om er op toe te zien (zorgplicht) dat de toestemming voor de verwerking weloverwogen en in vrijheid (dus zonder druk) plaats vindt. (zie ook overweging 43 bij AVG artikel 7). Als je een gratis dienst afneemt of een gratis app in gebruik neemt heb je een keuze. Maar meer dan eens (en steeds vaker) valt er doordat je afhankelijk bent, weinig te kiezen en is (of wordt) iemand verplicht om akkoord te gaan met een verwerking, of uitbreiding van reeds geregistreerde persoonsgegevens. Bijvoorbeeld door overheden, zorgorganisaties, werkgevers, organisaties waar je je als woningzoekende moet inschrijven, of (sport)verenigingen met een lange wachtlijst.

In die situaties zou het organisaties sieren om meer als meer betekenis wordt gegeven aan die zorgplicht. Een op naam gestelde privacyovereenkomst met meer aandacht voor rechten zou dan wellicht het verschil kunnen maken.

Rob Stadt, voor het laatst aangepast in mei 2021

Helaas houdt Eurolex (nog) geen rekening met de leesbaarheid van de AVG op een smartphone. Voor verwijzingen naar wetsartikelen maak ik daarom dankbaar gebruik van het “hobbyproject” avgb.nl van Bart Schellekens.