Grondwet en privacy

Iedereen heeft recht op privacy. Dat is vastgelegd in onze Grondwet. Artikel 10 van die Grondwet stelt regels met betrekking tot de bescherming van Persoonsgegevens. Die regels zijn sinds 1989 opgenomen in aanvullende wetgeving:

Vanaf 15 mei 2018 is dus iedere organisatie die persoonsgegevens verwerkt, dus (sport)verenigingen, scholen, werkgevers, huisartsen, ziekenhuizen, leveranciers maar ook de overheid wettelijk verplicht om uiterst zorgvuldig met de persoonsgegevens van betrokkenen om te gaan en die tegen gebruik of misbruik door onbevoegden te beschermen.

Niet alleen moeten organisaties dat aantonen maar de wet eist bovendien (in artikel 13) dat voordat persoonsgegevens van iemand worden verwerkt, de betrokkene op de hoogte is van de wijze waarop die gegevens worden beschermd en hij/zij dus goed geïnformeerd een keuze kan maken. Als dat niet het geval is, is verwerking van iemands persoonsgegevens niet toegestaan. Dit is vergelijkbaar met de gezondheidszorg waarbij men spreekt van informed consent. Privacyverklaringen richten zich tekstueel doorgaans op personen (betrokkenen) en meestal niet op het individu (de betrokkene). Het is mijn ervaring dat voor organisaties in de praktijk prikkels ontbreken om vast te stellen of een betrokkene de privacyverklaring goed heeft begrepen.

Als dat niet het geval is, kun je je afvragen in hoeverre de verwerking van persoonsgegevens rechtmatig gebeurt. Naast deze juridische plicht gaat de AVG ook uit van een moreel ethische plicht om vast te stellen of de keuze van een betrokkene weloverwogen en vrijelijk genomen is. (zie ook overweging 43 bij AVG artikel 7 dat gaat over toestemming). De vrijheid om niet ergens mee in te stemmen is beperkt in situaties waarin er weinig te kiezen valt en je min of meer verplicht bent om akkoord te gaan met de manier waarop een organisatie je gegevens beschermt.

Zorgorganisaties, werkgevers, organisaties waar je je als woningzoekende moet inschrijven, of een (sport)verenigingen met een lange wachtlijst zou het daarom sieren als meer betekenis wordt gegeven aan ethische waarden. In de tekst hierboven gaf ik aan dat prikkels ontbreken om dat te doen. Een op naam gestelde privacyovereenkomst kan wellicht het verschil maken.

Rob Stadt, juni 2020

Helaas houdt Eurolex (nog) geen rekening met de leesbaarheid van de AVG op een smartphone. Voor verwijzingen naar wetsartikelen maak ik daarom dankbaar gebruik van het “hobbyproject” avgb.nl van Bart Schellekens.